Belastingplannen voor 2020

calculator 1044172 640

De horizon van belastingplannen reikt niet verder dan een jaar. Zo blijkt maar weer eens. Vorig jaar zijn er nog belastingwetten aangenomen met een tariefsverlaging voor 2020 en verder. In het belastingplan 2020 is een deel daarvan weer ongedaan gemaakt, of uitgesteld. En uitstel is vaak de voorbode van afstel.

 

Het is natuurlijk even afwachten, wat het kabinet aan concessies moet doen om haar plannen ook door de Eerste Kamer te kunnen loodsen, maar in hoofdlijnen zijn de belastingplannen voor 2020 als volgt:

Inkomstenbelasting

Box I
Het inkomstenbelastingtarief wordt per 2020 (versneld) beperkt tot twee schijven: een (gecombineerd) basistarief van 37,35% en een toptarief van 49,5% voor inkomen boven 68.507 euro. Vanaf 2021 is het (gecombineerd) basistarief 37,1% en blijft het toptarief 49,5% voor inkomen boven 68.507 euro.

Zelfstandigenaftrek (ondernemers)
De zelfstandigenaftrek wordt in negen jaarlijkse stappen afgebouwd tot uiteindelijk 5.000 euro in 2028: acht stappen van 250 euro en één laatste stap van 280 euro. Daarmee komt de zelfstandigenaftrek in 2020 uit op 7.030 euro.

Het percentage belastingreductie voor ondernemersfaciliteiten (zelfstandigenaftrek, speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek, stakingsaftrek, MKB-winstvrijstelling en de terbeschikkingstellingsvrijstelling) is in 2020 maximaal 46% en wordt verder afgebouwd naar 37,1% in 2023.

Eigen woning
Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 75.000 euro wordt verlaagd naar 0,6% van de WOZ-waarde. Tot en met 2023 wordt het eigenwoningforfait stapsgewijs verlaagd naar 0,45%. Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 1.080.000 euro blijft 2,35%.

Het maximale aftrektarief voor de hypotheekrenteaftrek wordt in 2020 verder afgebouwd naar 46 % tot 37,1% in 2023.

Aftrekposten
Het percentage belastingreductie voor bepaalde aftrekposten is in 2020 maximaal 46% en wordt verder afgebouwd naar 37,1% in 2023. Die aftrekposten zijn aftrek van onderhoudsverplichtingen (alimentatie), aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten, aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten, aftrek van scholingsuitgaven en giftenaftrek.

‘Ligt’ u in echtscheiding, koop eventueel nog dit jaar de alimentatie af, want volgend jaar is dat nog maar tegen maximaal 46% aftrekbaar.

Box II
Nog geen wetsvoorstel over de voornemen om vanaf 2022 leningen van de B.V. aan u en uw bloed- en aanverwanten boven € 500.000 in box II te belasten. Indien van toepassing, moet u daar toch mee aan de slag. Hou daarbij rekening dat het Box II-tarief, nu nog 25%, volgend jaar omhoog gaat naar 26,25% en in 2021 naar 26,9%.

Box III
Voor 2020 verandert er nog niets, behalve wat procentuele verlagingen.

Wel is al bekend hoe het kabinet de box III-heffing meer willen laten aansluiten bij werkelijke spaarrendementen. Alhoewel een wetsvoorstel pas in 2020 verwacht wordt verwacht en zal gelden vanaf 2022, kan het geen kwaad alvast na te denken, hoe erop te anticiperen.

Vanaf 2022 is de verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden van een belastingplichtige maatgevend. Belasting over spaargeld in box 3 wordt vastgesteld aan de hand van de werkelijke hoeveelheid spaargeld en zal worden belast tegen een forfaitair rendement dat zoveel mogelijk aansluit bij de werkelijke spaarrente. Voor beleggingen (waaronder vastgoed) geldt een hoger forfaitair rendement. Voor schulden geldt weer een lager negatief rendement. Beleggen met geleend geld wordt dus duurder.

Als de plannen zoals deze thans bekend zijn per 2020 zouden ingaan, zou het beeld als volgt zijn:
0,09% x spaarvermogen + 5,33% x overige bezittingen – 3,03% x schulden, waarop een heffingsvrij vermogen van € 400 op in mindering komt. Over het verschil wordt vervolgens 33% (was 30%) Box III-heffing geheven.

Heeft u nog een lege B.V. en een hoog Box III-beleggingsvermogen, hou dan de B.V. nog even aan, want een spaar-B.V. is misschien een alternatief voor Box III-heffing.

Arbeidskorting en algemene heffingskorting
De maximale algemene heffingskorting wordt additioneel verhoogd en bouwt vanaf een inkomen van 20.711 euro stapsgewijs sneller af. De maximale algemene heffingskorting bedraagt in 2020 2.711 euro en in 2021 2.801 euro (in 2019 2.477 euro).

De arbeidskorting wordt vanaf 2020 in drie stappen verhoogd. Hiervan profiteren zowel zelfstandigen als werknemers. De maximale arbeidskorting bedraagt in 2020 3.819 euro.

Loonbelasting

auto van de zaak
De bijtelling voor nieuwe elektrische auto’s die vanaf 2020 op kenteken worden gezet verdubbelt in 2020 naar 8% over de eerste 45.000 euro van de cataloguswaarde. De bijtelling wordt vervolgens verhoogd naar 12% over de eerste 40.000 euro van de cataloguswaarde in 2021, 16% in 2022 en 17% in 2025. Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto voor de gehele cataloguswaarde een bijtelling van 22%.

Werkkostenregeling (WKR)
De vrije ruimte wordt verhoogd naar 1,7% van de eerste 400.000 euro van de loonsom. Voor het hogere deel blijft het percentage 1,2%.

Het uiterste moment voor aangifte en afdracht van de eindheffing voor de werkkostenregeling wordt met één aangiftetijdvak verlengd. Voor de meeste werkgevers betekent deze verlenging dat de eindheffing uiterlijk moet worden meegenomen bij de aangifte over februari, die in maart wordt gedaan.

Fiets van de zaak
De e-Bike is niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Populair bij ouderen en jongeren, maar ze zijn niet goedkoop. Een fiets van de zaak is daarom aanlokkelijk, nog gezond ook en goed voor het milieu. Voor alle e-Bikes en fietsen die de werkgever aan de werknemer mede voor woon-werkverkeer ter beschikking stelt geldt vanaf 2020 een forfaitaire bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs.

Misschien is een alternatief dat de werknemer de fiets zelf aanschaft. Dat de werkgever de werknemer daarvoor een renteloze lening verstrekt en de verreden kilometers tegen € 0,19/km vergoedt. De werknemer kan uit de ontvangen vergoeding de lening aflossen en heeft geen bijtelling. Een kwestie van rekenen, wat voordeliger is.

Producten eigen bedrijf
Branche-eigen producten moeten voortaan worden gewaardeerd tegen de Waarde in het economisch verkeer (was verkoopprijs aan derden).

S&O afdrachtvermindering

Er komen vier aanvraagmomenten per kalenderjaar voor een S&O-verklaring (in plaats van drie momenten nu). De aanvraag mag nog worden ingediend op de laatste dag voor de periode waarin het S&O-werk gaat plaatsvinden. Bij aanvang van die periode per 1 januari geldt als uiterste aanvraagdatum 20 december van het voorgaande kalenderjaar.

Vennootschapsbelasting

Tarief
Het vennootschapsbelastingtarief over de eerste 200.000 euro daalt naar 16,5% tot 15% in 2021. Het tarief voor de winst boven 200.000 euro blijft per 1 januari 2020 echter 25% ondanks dat vorig jaar is bepaald dat het toptarief zou dalen naar 22,55%. Per 1 januari 2021 gaat het toptarief wel dalen, maar slechts naar 21,7% in plaats van 20,5%. Een onevenwichtigheid, omdat de verhoging van de box II-heffing ongewijzigd blijft.

Innovatiebox
Vanaf 1 januari 2021 wordt het effectieve tarief van de innovatiebox verhoogd van 7% naar 9%.

Aanpassing liquidatieverliesregeling
Bedrijven kunnen nu nog onbeperkt verliezen die het gevolg zijn van de ontbinding van een dochteronderneming of het staken van een bedrijfsactiviteit in het buitenland aftrekken van de winst die zij in Nederland maken. Deze zogenoemde liquidatie- en stakingsverliesregeling wordt zo aangepast dat bedrijven minder vaak zo’n verlies kunnen aftrekken en dus meer belasting gaan betalen. Vanaf 2021 zal de aftrekbaarheid van een liquidatieverlies worden beperkt tot belangen van meer dan 25% in vennootschappen gevestigd in EU.

Bij een verlies op een tenminste 25%-deelneming in een niet-EU-deelneming, of in een tenminste 5% EU-deelneming zou een liquidatieverlies aftrekbaar blijven tot maximaal een bedrag van 1 miljoen euro.

Beperking van belastingrente vennootschapsbelasting
De hoogte van de belastingrente op aanslagen vennootschapsbelasting is velen een doorn in het oog. 8% is heel hoog en vormt al een belasting op zich.

Wie daarvan verschoond wil blijven, moet in het vervolg binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar, dus voor 1 juni van het daarop volgende jaar de aangifte vennootschapsbelasting indienen. Indien de aanslag overeenkomst met de aangifte, wordt dan geen belastingrente in rekening gebracht.

Een alternatief is tijdig een voorlopige aanslag conform de verwachte winst regelen.
De betalingskorting voor voorlopige aanslagen, voor betaling ineens, wordt overigens per 2021 afgeschaft.

Bronbelastingen

Bronbelasting op rente en royalty’s
Er wordt me ingang van 2021 een bronbelasting ingevoerd op uitgaande rente- en royaltybetalingen aan gelieerde lichamen die zijn gevestigd in landen zonder winstbelasting of met een statutair tarief lager dan 9%, landen op de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden of in misbruiksituaties. Het tarief van de bronbelasting is gelijk aan het hoogste tarief in de vennootschapsbelasting, namelijk 21,7% (tarief 2021).

Omzetbelasting

Verlaagd btw-tarief voor elektronische uitgaven

Het verlaagde btw-tarief wordt van toepassing op het leveren of uitlenen van e-publicaties (digitale boeken, kranten, tijdschriften en leermiddelen voor het onderwijs). Daarnaast gaat het verlaagde btw-tarief onder voorwaarden ook gelden voor de betaalde toegang tot nieuwswebsites van bijvoorbeeld kranten en tijdschriften. Voor de btw-behandeling maakt het niet meer uit of bijvoorbeeld een boek op papier of op een cd wordt geleverd (fysieke drager) of dat de gedigitaliseerde inhoud van een boek langs elektronische weg wordt aangeboden. De ongelijke behandeling wordt dus opgeheven.

De nieuwe kleineondernemersregeling (KOR) voor de btw
Per 1 januari 2020 gaat de vernieuwde kleineondernemersregeling (KOR) in, die geldt voor alle BTW-ondernemers: zowel privé als rechtspersonen. De keuze voor de KOR is vrij, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden, maar geldt dan wel voor een periode van tenminste drie jaar. Wil u er per 1 januari 2020 gebruik van maken, dan dient u zich voor 20 november 2019 bij de belastingdienst te melden. Bent u te laat, dan geldt dat u tenminste vier weken voor een nieuw BTW-tijdvak, u kunt melden.

Wie nu een ontheffing van administratieve verplichtingen heeft, hoeft zich niet zelf aan te melden. De Belastingdienst meldt deze ondernemer automatisch aan voor de vrijstelling. De Belastingdienst stuurt deze kleine ondernemers hierover een aparte brief. Daarin staat ook wat de ondernemer moet doen als de klant geen gebruik wil maken van de vrijstelling.

Als u kiest voor de nieuwe KOR levert u dat het volgende op;

U hoeft over uw leveringen of diensten geen BTW te berekenen en hebt daarom minder administratieve lasten. BTW-voorbelasting is echter niet aftrekbaar. U hoeft geen BTW-aangifte te doen.

Voor de afnemers van uw goederen of diensten geldt dat zij geen BTW in rekening gebracht krijgen.

Overschrijding van de omzetdrempel betekent een omslag naar btw-plicht en desbetreffende administratieve verplichtingen vanaf dat moment.

Er zijn echter wel wat beperkingen en aandachtspunten.

Indien een herzieningstermijn BTW loopt, is opteren voor de nieuwe KOR geen goed idee. U zou de gehele restherziening moeten terugbetalen. Voor kleine ondernemers geldt dat de in het jaar van aanschaf in aftrek gebrachte btw voor bepaalde aangekochte goederen, zoals zonnepanelen of een computer, niet herzien hoedt te worden, als het bedrag van de herziening in dat jaar minder is dan 500 Euro.

Verder zijn aandachtspunten of u gebruik maakt van de margeregeling, of u te maken hebt met BTW-verleggingen, hetzij dat de BTW over uw omzet is verlegd naar uw opdrachtgever, hetzij dat BTW verlegd is naar u en of u de komende drie jaar grote investeringen met dito BTW-voorbelasting gaat doen.

Btw-identificatienummer afnemer verplichting voor 0%-tarief

Voor toepassing van het tarief van nul % bij grensoverschrijdende B2B-handel in goederen binnen de EU wordt het gebruik van het btw-identificatienummer van de afnemer en de indiening van een juiste periodieke Opgaaf ICP verplicht.

Harmonisering regeling voorraad op afroep btw

Er komt een geharmoniseerde regeling voor goederen die een ondernemer naar een andere lidstaat verplaatst om ze daar later op afroep van de klant te leveren. Toepassing van de regeling voorkomt btw-registratie in de lidstaat van de klant. De regeling vereist dat de leverancier de leveringen in een register opneemt en op twee momenten een correcte Opgaaf ICP indient.

Verduidelijking toepassing btw-nultarief bij ketentransacties

Ketentransacties zijn opeenvolgende leveringen tussen ondernemers van dezelfde goederen, waarbij slechts één intracommunautaire vervoersbeweging plaatsvindt. De nieuwe regeling voor ketentransacties verduidelijkt in welke schakel het nultarief voor de intracommunautaire levering moet worden toegepast als één van de partijen in de keten het vervoer regelt.

Bewijs grensoverschrijdend EU-vervoer

Om het btw-nultarief voor intracommunautaire leveringen toe te kunnen passen moet het bewijs worden geleverd dat de goederen daadwerkelijk naar een andere lidstaat zijn verzonden of vervoerd. Naast de bestaande nationale regels wordt hiervoor nu ook voorzien in een Europese bewijsregeling.

Alle maatregelen gaan in per 2020, tenzij anders vermeld. Op deze site nemen we ook belangrijke maatregelen op die niet uit dit Belastingplan komen maar wel per 2020 ingaan.

Milieu/Auto

Voortvloeiend uit het Klimaatakkoord zijn er wijzigingen in de BPM en motorrijtuigenbelasting aangekondigd.

Overdrachtsbelasting

Vastgoed
Het hoge tarief overdrachtsbelasting gaat omhoog van 6% naar 7%. Reden: de financiering van de klimaatplannen. Het lage tarief (2%) geldt alleen voor woningen en blijft ongewijzigd.

De voornemens/gedachten om de overdrachtsbelasting voor starters te verlagen naar 0% worden (nog) geen plannen. Dat geldt ook voor de gedachten om de overdrachtsbelasting voor beleggers te verhogen, om zo de mogelijkheden voor starters te vergroten.

Overige

Verhuurdersheffing
Er komen twee voorwaardelijke kortingsmaatregelen om de sociale woningbouw te stimuleren. Ten eerste een heffingsvermindering van maximaal 25.000 euro per gerealiseerde sociale huurwoning in een aangewezen schaarstegebied. Ten tweede een vrijstelling voor gerealiseerde tijdelijke woningen (maximaal 15 jaar) bestemd voor o.a. studenten, mantelzorgers, statushouders en arbeidsmigranten.

Assurantiebelasting
Er komt een bij brede weersverzekeringen voor actieve landbouwers en voor verzekeringen die mogelijke financiële verplichtingen afdekken die een werkgever heeft vanwege zijn loondoorbetalingsverplichting bij ziekte of vanwege zijn eigenrisicodragerschap voor de WGA en Ziektewet.

Aanpassing inkeerregeling
De boetevrije inkeerregeling wordt uitgesloten voor inkomen uit aanmerking belang. Ook wordt inkomen uit sparen en beleggen dat binnen respectievelijk buiten Nederland is opgekomen, voortaan gelijk behandeld en in zijn geheel uitgesloten van de boetevrije inkeerregeling.

Communicatie met de Belastingdienst
Belastingplichtigen en inhoudingsplichtigen krijgen de mogelijkheid om te kiezen hoe ze hun zaken met de Belastingdienst regelen: op papier of digitaal. Voor bepaalde berichten (berichten van de afdeling douane binnen de Belastingdienst), groepen (ondernemers) en in bepaalde omstandigheden geldt het keuzerecht niet.